
Jurisprudentie
BA6392
Datum uitspraak2005-11-04
Datum gepubliceerd2007-06-07
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers05/1535
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-06-07
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers05/1535
Statusgepubliceerd
Indicatie
Nu osteoporose niet is vermeld in het dieetkostenschema van artikel 37, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting, zijn de dieetkosten niet aftrekbaar. De door eiser te maken meerkosten aan in verband met zijn ziekte gereden extra kilometers heeft verweerder op de juiste wijze berekend.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Registratienummer: AWB 05/1535
Uitspraakdatum: 4 november 2005
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
J.H. Meijers,
wonende te Watergang, eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam,
verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 17 november 2004 voor het jaar 2002 een aanslag opgelegd in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 43.333 (hierna: de aanslag).
Na daartegen gemaakt bezwaar heeft verweerder bij de uitspraak op bezwaar van 17 maart 2005 de aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen bij brief van 20 april 2005 beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2005, alwaar eiser is verschenen. Namens verweerder is verschenen K.H. Kippersluis.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.
2. Tussen partijen vaststaande feiten
2.1. Eiser was geheel 2002 gehuwd. De echtgenote van eiser is in 2003 overleden.
2.2. Eiser heeft voor het jaar 2002 aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.337. Daarbij heeft eiser een bedrag van € 3.650 aan extra vervoerskosten en een bedrag van € 118 aan dieetkosten in aftrek gebracht.
2.3. Bij de aanslag heeft verweerder (naast een aantal door eiser niet bestreden correcties) een bedrag van € 3.183 aan autokosten en een bedrag van € 118 aan dieetkosten niet in aftrek toegelaten.
3. Het geschil en de standpunten van partijen
3.1. In geschil zijn de uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling, meer specifiek de door eiser in aftrek gebrachte dieetkosten en vervoerskosten.
3.2. Voor de standpunten van partijen en de motivering daarvan wordt verwezen naar de stukken van het geding, alsmede het verhandelde ter zitting.
4. Beoordeling van het geschil
Dieetkosten
4.1. Ingevolge artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onder c, Wet op de inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet) zijn extra uitgaven voor een op medisch voorschrift gehouden dieet aan te merken als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling, mits zij meer bedragen dan € 113, zulks tot een volgens bij ministeriële regeling te stellen bedrag. Deze ministeriële regeling is opgenomen in artikel 37 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Regeling). Artikel 37, eerste lid, van de Regeling bevat een schema waaruit kan worden afgeleid welk bedrag in aftrek kan worden gebracht indien een op medisch voorschrift gevolgd dieet wordt gevolgd voor een in dat schema genoemde aandoening dat aan een in dat schema gegeven typering voldoet. In de laatste volzin van artikel 37, eerste lid, is bepaald dat voor overige diëten de extra uitgaven worden gesteld op nihil. Het dieetkostenschema van artikel 37, eerste lid, van de Regeling betreft derhalve een limitatieve opsomming. Indien een dieet niet is opgenomen in het schema, is aftrek van de extra uitgaven voor dat dieet als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling niet mogelijk.
4.2. Eiser heeft ter zitting gesteld dat de door hem opgevoerde dieetkosten - anders dan in de bijlage bij zijn aangifte was vermeld - betreffen de kosten die in 2002 gemoeid waren met een door zijn echtgenote op medisch voorschrift gevolgd dieet wegens osteoperose.
4.3. De rechtbank stelt vast dat osteoperose niet als is vermeld als aandoening in het dieetkostenschema van artikel 37, eerste lid, van de Regeling. Dat brengt mee dat geen aftrek mogelijk is van extra uitgaven die eiser heeft gedaan voor het dieet dat zijn echtgenote heeft gevolgd vanwege deze aandoening. Of van eiser verlangd kon worden dat hij - gelet op de omstandigheid dat zijn echtgenote in 2003 is overleden - een door een arts afgegeven dieetvoorschrift aan verweerder zou overleggen, kan dan ook in het midden blijven.
4.4. Gelet op het vorenoverwogene heeft verweerder de dieetkosten terecht niet in aftrek toegelaten.
Vervoerskosten
4.5. Ingevolge artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onder a. van de Wet worden als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling onder meer aangemerkt de daarmee verband houdende uitgaven voor vervoer. Vervoerskosten in deze zin zijn de objectief te bepalen meerkosten voor autogebruik die eiser heeft gemaakt ten opzichte van personen die niet ziek of invalide zijn, doch overigens wat betreft inkomen, vermogen en gezinsomstandigheden betreft, in een gelijke positie verkeren als eiser (zie HR 15 december 1999, nr 35157, BNB 2000/61).
4.6.1. Eiser heeft zijn totale autokosten over 2002 begroot op € 7.605. Van de met de auto in 2002 gereden kilometers merkt hij 13.000 kilometer aan als in verband met ziekte gereden (extra) kilometers. De naar evenredigheid aan deze kilometers toegerekende autokosten heeft eiser berekend op € 3.650, welk bedrag hij in aftrek heeft gebracht.
4.6.2. Verweerder heeft aan de hand van overzichten van "cijfers CBS en Nibud" berekend wat iemand die wat inkomen en gezinssamenstelling in gelijke positie verkeert als eiser, maar die niet ziek of invalide is, gemiddeld aan autokosten per jaar heeft. Genoemde overzichten bevatten tabellen waaruit valt af te leiden wat de gemiddelde autokosten zijn per jaar voor een middenklasse-auto, wat het gemiddelde aantal kilometers per persoon per jaar is bij een inkomen van meer dan € 30.000, en met welk aantal kilometers dit laatste moet worden vermeerderd wanneer ook de partner over een rijbewijs beschikt. Met toepassing van deze tabellen heeft verweerder het gemiddelde bedrag aan autokosten dat tot het normale bestedingspatroon behoort van iemand in eisers omstandigheden berekend op € 7.141. Het verschil tussen de door eiser gestelde totale autokosten over 2002 (door verweerder gesteld op € 7.608) en genoemde € 7.141, zijnde € 467, heeft verweerder in aftrek toegelaten.
4.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de in 4.6.2. genoemde berekening de door eiser gemaakte meerkosten voor autogebruik op juiste wijze vastgesteld. De door eiser gehanteerde berekeningswijze kan niet worden gevolgd, nu het bij het bepalen van de meerkosten niet gaat om het vaststellen van de aan een bepaald aantal kilometers verbonden kosten, maar om de vanwege ziekte gemaakte autokosten voor zover die overtreffen hetgeen behoort tot het normale bestedingspatroon van personen die niet ziek of invalide zijn, doch overigens in gelijke omstandigheden verkeren als eiser.
4.8. De door eiser naar voren gebrachte omstandigheid dat verweerder in de voorgaande jaren geen correctie heeft aangebracht ten aanzien van de door eiser opgevoerde vervoerskosten, leidt er naar het oordeel van de rechtbank niet tot dat het verweerder daarom niet vrijstond in het onderhavige jaar deze kosten niet toe te staan. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat hij deze kosten in voorgaande jaren niet heeft gecontroleerd en er zijn naar het oordeel van de rechtbank overigens geen feiten gesteld en aannemelijk geworden die ertoe leiden dat eiser er redelijkerwijs vanuit kon gaan dat er sprake was van een standpuntbepaling van verweerder, inhoudende dat alle opgevoerde vervoerskosten ook in 2002 worden geaccepteerd.
4.9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht een bedrag van (niet meer dan) € 467 in aftrek toegelaten.
5. Proceskosten
Nu het beroep ongegrond is, ziet de rechtbank aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is vastgesteld door mr. E. Jochem. De beslissing is op 4 november 2005 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Anema, griffier.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:
- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam; dan wel
- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.
N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.
Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.
Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.

